contact@onderwijs2go.nl

3 dingen die leerlingen lastig vinden bij onderwijs op afstand en hiermee help je ouders en leerlingen

3 dingen die leerlingen lastig vinden bij onderwijs op afstand en hiermee help je ouders en leerlingen

Wat een enorme verandering: kinderen zitten thuis en ze missen school.

Groot respect voor jullie, onderwijsprofessionals, om alles voor elkaar te krijgen.

De eerste week heb ik goed gekeken naar wat lastig is voor leerlingen nu ze thuis hun schoolwerk maken. Juist ook toen schoolwerk online samen werd gemaakt.
Natuurlijk héél gezellig, maar het was niet zo effectief.
Ik vond het wel interessant om van een afstandje mee te kijken en mee te luisteren. Ik ben en blijf naast moeder ook leerkracht. En ik hou van analyseren.

Vooraf even gezegd: natuurlijk kan het zijn dat jouw leerlingen en jouw situatie volkomen anders is, maar ik deel graag mijn bevindingen met je wat mij is opgevallen aan wat leerlingen lastig vinden. Ik hoop dat het je ondersteunt in geven van onderwijs op afstand.

Dit zijn de 3 dingen lastige dingen die ik observeerde met handreikingen.


Wat leerlingen nu lastig vinden:

1. Het vinden van de juiste plek op de pagina online en offline
2. Zelfaansturing
3. Het begrijpen van de opdracht

 

1. Het vinden van de juiste plek op de pagina online en offline

Ik begin met de makkelijkste. Het vinden van de opdracht. Daarvoor moet de leerling zoeken op de juiste plek op de pagina online en offline.
Ik hoor opmerkingen als: ‘Huh, waar ben jij? Bij welke opdracht???’
Zo begrijpelijk, want normaal gesproken wijs je het even makkelijk aan. En dat lukt nu even niet.
Alhoewel het wel grappig was om aan te horen, is het knap lastig als je niet weet waar je moet kijken. Ruimtelijk inzicht is dus een dingetje. Dit was mij al eerder opgevallen bij andere leerlingen en nu ook weer.

Oplossing:

Probeer voor leerlingen de opdrachten zo helder mogelijk te omschrijven. Wijs ze erop dat ze elke keer even controleren of ze de juiste opdrachten maken.


2. Zelfaansturing

Dan zelfaansturing. De leerling moet zowel een goede taakgerichtheid hebben als de opdracht inhoudelijk goed maken.

Je kent het.
De leerling:
– maakt zelf een planning
– start goed op met werken
– maakt zelf de juiste opdrachten
– maakt werk goed af
– controleert zichzelf
– wisselt goed naar de volgende opdracht

Hoe ouder de leerlingen, hoe meer je mag verwachten dat ze dit zelf kunnen. Normaal gesproken zie je als leerkracht je pappenheimers in de klas. Je weet wie je nog eens extra moet aansporen.

Maar….nu is de afstand groter en heeft de ouder een deel van deze taken op zijn/haar bordje gekregen. Deze ouders moeten in 1 week een deel leren wat jij in ongeveer 4 jaar hebt geleerd en waar je werkervaring in hebt opgedaan.

Oplossing die je aan ouders doorgeeft:

Voor de taakgerichtheid: werk met een tijdschema en kookwekker. Leg aan ouders uit dat je begrijpt dat leerlingen thuis heel graag gaan spelen, maar dat onderwijs ook hoort.

Voor het goed maken van de opdracht: zorg voor een goede voorbespreking van de opdrachten (hier heb je de ouders bij nodig) en geef controle materiaal om na te bespreken (hier heb je de ouders ook bij nodig). Ik kom bij het volgende punt op het begrijpen van de opdracht.

 

3. Het begrijpen van de opdracht

Ik verwacht dat veel kinderen een keer hebben gezegd: “Ik snap het niet, ik weet niet wat ik moet doen.”
Ik verwacht ook dat leerlingen dingen best moeilijk vonden en fouten maakten. Het zijn de leerlingen die normaal gesproken bij je aan de instructietafel komen, maar nu thuis zitten.

Oplossing:

a. Adviseer ouders om tegen hun zoon/dochter te zeggen: “Lees de opdrachten nogmaals, maar dan hardop.”
Door een extra zintuig toe te voegen, het gehoor, horen leerlingen zichzelf en valt er geregeld een kwartje.

b. Adviseer ouders om vragen te stellen: “Wat moet je precies doen?” Zo zien ouders wat hun zoon/dochter nog niet goed heeft begrepen en kunnen ze bijsturen.

c. Laat ouders de opdracht/tekst samen met hun zoon/dochter woord voor woord doorlopen als het moeilijk is. “Wat betekent het? Zie je het voor je? Zoek het woord op.” En dan komt weer de vraag: “Wat moet je precies doen?”

d. Moedig ouders aan dat ze hun kind hardop laten denken waarbij ze zichzelf instrueren. Ofwel zelfaansturing.
Een basiszin kan zijn: “Ik moet opdracht x maken. Die zie ik hier. Ik lees de opdracht: “….” Oh, ik moet dus …. straks af hebben. Eerst doe ik …., dan ….., daarna ……. (stappenplan). Ik begin dus bovenaan.

Geloof mij, leerlingen lezen over informatie heen en daardoor gaan ze de mist in.
Gebruik deze bizarre tijd om samen met ouders te werken aan nauwkeurig werken door leerlingen!

Ik realiseer me dat ouders veel tegelijk moeten doen. Thuisonderwijs geven, soms combineren met kleine kinderen erbij, thuiswerken, huishouden, emoties managen, zorgen om gezondheid, eventuele rouw, zorgen om werkgelegenheid, zorg dragen voor boodschappen en familie.
Maar moedig ze aan focusfouten te voorkomen bij hun zoon/dochter! Want zo komt jullie instructie van de volgende les het beste aan.

Succes weer deze week met onderwijs op afstand geven!

Deel dit bericht met collega’s.

error: kopiëren is niet toegestaan